Generatoren worden vaak ingezet op locaties zonder netaansluiting of bij tijdelijke projecten. Ze zijn robuust en betrouwbaar, maar in de praktijk draaien ze bijna nooit optimaal.
De meeste generatoren zijn gedimensioneerd op piekvermogen. Dat betekent dat ze groot genoeg moeten zijn voor de hoogste belasting, terwijl die piek maar een klein deel van de tijd voorkomt. De rest van de dag draait de generator op een laag vermogen.
Juist daar zit het probleem.
Uitleg: efficiëntie van generatoren
Een dieselgenerator heeft een optimaal werkgebied. Dat ligt meestal rond zeventig tot tachtig procent van het nominale vermogen. In dit gebied:
- Is het dieselverbruik per opgewekte kWh het laagst
- Draait de motor stabiel
- Is de slijtage beperkt
- Is de uitstoot relatief laag
Wanneer een generator langdurig onder dit punt draait, bijvoorbeeld op twintig of dertig procent belasting, neemt het dieselverbruik per kWh sterk toe. De generator verbruikt dan veel brandstof zonder daar evenredig veel energie voor terug te leveren.
In de praktijk betekent dit:
Een generator die de hele dag aan staat, kost veel diesel, ook als de belasting laag is.
De rol van batterijen
Een batterij kan energie opslaan en later weer leveren. Dat klinkt eenvoudig, maar het effect op kosten is groot.
Door een batterij toe te voegen hoeft de generator niet meer continu te draaien. In plaats daarvan:
- Draait de generator alleen wanneer hij het meest efficiënt is
- Laadt hij in dat venster de batterij op
- Schakelt hij daarna uit
De batterij levert vervolgens de stroom aan de installatie.